ITALIE
Cuneïsche Alpen CLASSIC

Zwerftocht over Frans-Italiaanse smokkelpaden.
De Cuneïsche valleien grenzen aan het Franse natuurpark van de Queyras. In heel het panorama van het Italiaanse gebergte blijven ze één van de meest intacte, natuurlijke en wilde hoeken. Tegen hun hellingen sluimeren rustige, soms nog authentieke bergdorpjes, zoals ons vertrekpunt Chianale.
We trekken voortdurend langs en over de Frans-Italiaanse grens; even dikwijls een wisseling van landschap en klimaat. Op de Col du Longet (2648m) vinden we een betoverende heksenkring van blauw-groene meertjes, wier beekjes ons naar de Franse Haute-Ubaye voeren. We klimmen naar de flanken van de Aiguille de Chambeyron en steken vanuit Chiappera de Colle di Bellino (2804m) over. We genieten van een prachtige afdaling naar de gelijknamige vallei, die bekend staat voor zijn talrijke zonnewijzers en worden in Celle, een van de meest authentieke dorpjes van de streek, hartelijk ontvangen. Vanop de Colle del Bondormir (2651m) bewonderen we de puntige spits van de Mon Viso (3842m) die zich tegen de horizon aftekent. De rifugio Q. Sella vormt een schitterend balkon met uitzicht op de uitgestrekte vlakte van de Po, waarvan we de volgende dag zowaar de bron ontdekken. Door de oudste tunnel van de Alpen sluipen we de Franse Queyras binnen. Bij helder weer kunnen we de laatste dag de top van de Punta Joanna (3052m) beklimmen, met aan onze voeten het adembenemende landschap dat we de voorbije week doorkruist hebben.
Reiscode : TGITP002



